Kinderen hebben elkaar altijd al gepest. Denk maar aan Lord of the Flies. Tegenwoordig doen ze het dankzij cybertechnologieën helaas ook steeds vaker online, met hun mobiele telefoons en via interactieve games. Ik ben evenveel tijd kwijt met het beschermen van kinderen tegen andere kinderen dan tegen cyberpredators.

Wat is cyberpesten?: Cyberpesten is elke vorm van cybercommunicatie of -publicatie die online door een minderjarige verzonden of geplaatst is, per instant messenger, e-mail, website, dagboeksite, online profiel, interactieve game, zaktoestel, mobiele telefoon of ander interactief apparaat en die bedoeld is om een ander minderjarige bang te maken, in verlegenheid te brengen, te intimideren of op andere wijze te raken. Als deze communicatie niet plaatsvindt tussen 2 minderjarigen, is er sprake van cyberintimidatie en niet van cyberpesten. Een eenmalige onbeleefde of beledigende communicatie die verzonden is door een minderjarige, wordt meestal niet beschouwd als cyberpesten. Men spreekt van cyberpesten bij herhaling, bedreiging met lichamelijk letsel of publiek geplaatste communicatie die bedoeld is om een kind pijn te doen, in verlegenheid te brengen of op andere wijze te raken.

Welke leeftijdsgroepen betreft het doorgaans?: Cyberpesten vindt het vaakst plaats onder jonge kinderen en tieners. Het houdt meestal op rond de leeftijd van 14 jaar. Daarna gaat het over in seksuele intimidatie of hacking.

Hoe vaak komt het voor?: Heel vaak. 90% van de middelbare schoolleerlingen die we ondervraagd hebben, gaf toe online beledigd te zijn geweest. 75% van de jonge kinderen en tieners die we ondervraagd hebben, zei rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken te zijn geweest bij cyberpesten. Ze waren of de dader, of het slachtoffer, of goed bevriend met een van beide. 60% heeft gehoord van of heeft een website gezien waarop een andere leerling van school gepest wordt en 45% heeft zelf zo'n site bezocht. Van 40% is of het wachtwoord gestolen en veranderd door een pester (waardoor ze niet meer bij hun eigen account kunnen) of communicatie verzonden door iemand die zich voor hen uitgaf. Vele studies die kinderen vragen of ze gecyberpest worden, slagen er niet in het echte probleem te beoordelen doordat het ze niet lukt om de omvang van het probleem te bepalen.

Vaak beschouwen kinderen deze zaken niet als "cyberpesten". Studies moeten vragen naar elke typische methode van cyberpesten om te kunne bepalen hoeveel kinderen slachtoffer zijn of zich schuldig maken aan cyberpesten. Vele kinderen zijn nu eens slachtoffer en dan eens dader (vaak tijdens eenzelfde voorval van cyberpesten). En sommige kinderen hebben helemaal niet de bedoeling om te cyberpesten, maar worden door de ontvanger zo gezien omdat ze niet opgelet hebben hoe of tegen wie ze wat gezegd hebben.

Hoe werkt het?: Er zijn 2 vormen van cyberpesten, directe aanvallen (berichten die rechtstreeks aan je kinderen verzonden zijn) en cyberpesten via tussenpersonen ( door anderen te gebruiken het slachtoffer te pesten, met of zonder het medeweten van de medeplichtige). Omdat cyberpesten via tussenpersonen vaak teweeg brengt dat er volwassenen betrokken worden bij het pesten, is dit veel gevaarlijker.

Directe aanvallen:

1. Intimidatie via instant messages/ sms
a) Kinderen kunnen hatelijke of bedreigende berichten verzenden naar andere kinderen zonder te beseffen dat onvriendelijke of bedreigende berichten, als ze niet live uitgesproken zijn, kwetsend en heel ernstig kunnen zijn.
b) Waarschuwingsoorlogen - Vele internetproviders hebben een functie om gebruikers die ongepaste zaken verkondigen "aan te geven". Vaak gaan kinderen echte "waarschuwingsoorlogen" aan, wat er toe kan leiden dat iemand tijdelijk verplicht offline moet blijven. Terwijl het eigenlijk een veiligheidsfunctie is, gebruiken kinderen de waarschuwingsfunctie als een spel of om streken uit te halen.
c) Een kind/tiener kan een schermnaam aanmaken die erg op de naam van een ander kind lijkt. De naam heeft bijvoorbeeld een extra "i" of een "e" minder. Ze kunnen deze naam gebruiken om ongepaste dingen te zeggen tegen andere gebruikers terwijl ze zich voordoen als die andere persoon.
d) Er is sprake van een sms-oorlog of sms-aanval als kinderen samenspannen tegen het slachtoffer door duizenden sms-jes te verzenden naar de mobiele telefoon of een ander mobiel toestel van het slachtoffer. Het slachtoffer krijgt hierdoor te maken met een enorme telefoonrekening en boze ouders.
e) Kinderen verzenden doodsbedreigingen per instant messsaging en sms en via foto's/video's (zie hieronder)

2. Het stelen van wachtwoorden
a) Een kind kan het wachtwoord van een ander kind stelen om te chatten met andere mensen terwijl het zich voordoet als het andere kind. Hij/zij kan gemene dingen zeggen die de vrienden van dit kind of zelfs vreemden beledigen of boos maken terwijl deze mensen niet weten dat het niet echt die persoon is waarmee ze praten.
b) Een kind kan ook een ander kind's wachtwoord gebruiken om zijn/haar profiel te veranderen door er seksuele, racistische en ongepaste dingen op te plaatsen waardoor mensen beledigd worden of die de ongewenste aandacht trekken van anderen.
c) Een kind steelt vaak het wachtwoord om het slachtoffer de toegang tot zijn/haar account te blokkeren.
d) Als het wachtwoord gestolen is, kunnen hackers het gebruiken om de computer van het slachtoffer te kraken.

3. Blogs
Blogs zijn online dagboeken en zijn een leuke manier voor kinderen om berichten te plaatsen die al hun vrienden kunnen zien. Maar kinderen gebruiken deze blogs soms ook om de reputatie van andere kinderen te schaden of om hun privacy te schenden. Je hebt bijvoorbeeld het geval van een jongen die op meerdere blogs verhalen vertelde over de breuk met z'n ex-vriendinnetje, over hoe zij z'n leven verpest had en haar uitschold. Hun gemeenschappelijke vrienden hebben dit gelezen en uitbekritiseerden haar. Zij was beschaamd en gekwetst omdat een ander kind gemene, privé en foute informatie over haar geplaatst had. Kinderen creëren soms een blog of profielpagina van iemand en doen zich dan voor als slachtoffer van die persoon en zeggen dingen om deze laatste te vernederen.

4. Websites
a) Vroegen plaagden kinderen elkaar in de speeltuin; nu doen ze het op websites. Kindren creëren soms websites die andere kinderen beledigen of in gevaar brengen. Ze creëren pagina's die er specifiek op gericht zijn een andere kind of groep mensen te beledigen.
b) Kinderen plaatsen ook persoonlijke gegevens en foto's van andere kinderen waardoor deze een groter risico lopen om gecontacteerd of gevonden te worden.

5. Het verzenden van foto's via e-mail en mobiele telefoons
a) Er zijn gevallen bekend van tieners die massaal e-mails met naaktfoto's of vernederende foto's van andere tieners verzenden naar andere gebruikers. Zodra zo'n e-mail verzonden is, wordt deze binnen enkele uren doorgestuurd aan honderden andere mensen; en is het onmogelijk te controleren waar de e-mail terecht komt.
b)Met de meeste nieuwe mobiele telefoontjes kunnen kinderen elkaar foto's versturen. De kinderen ontvangen de foto's rechtstreeks op hun mobiel en kunnen deze doorsturen naar iedereen in hun adresboek. Als ze de foto op een website gezien hebben, plaatsen sommige kinderen deze foto's op Kazaa, op profielen in sociale netwerken en op andere programma's waar iedereen ze kan downloaden of bekijken.
c) Kinderen nemen vaak een foto van iemand in een kleedkamer of badkamer en plaatsen deze online of verzenden de foto naar anderen op hun mobiel.

6. Internet polls
Wie is er hot? En wie niet? Wie is de grootste slet uit de brugklas? Zulke vragen tieren welig in internet polls en zijn allemaal opgesteld door jullie lieve kindertjes en tieners. Zulke vragen zijn vaak erg beledigend en zijn weer een andere manier waarop kinderen andere kinderen online kunnen pesten.

7. Intercatieve games
Tegenwoordig spelen vele kinderen spelen intercatieve games op spelcomputers als X-Box Live en Sony Play Station 2 Network. Met deze spelcomputers kan een kind chatten en live bellen over het internet met eender welke tegenspeler online. Soms schelden de kinderen andere kinderen uit, uiten ze bedreigingen en lelijke woorden. Soms gaan ze verder en blokkeren ze hen voor een spel, laten ze valse geruchten over hen circuleren of kraken ze hun accounts.

8. Het verzenden van malicious code
Vele kinderen verzenden virussen, spyware en hacking-programma's naar hun slachtoffers. Ze doen dit om hun computers te vernielen of om hun slachtoffer te bespioneren. Met Trojaanse paarden kan de pester de computer van z'n slachtoffer vanop afstand controleren en kan de harde schijf van het slachtoffer gewist worden.

9. Het verzenden van porno en andere junkmail en instant messages
Pesters schrijven hun slachtoffers vaak in op meerdere maillijsten en IM-marketing lijsten, en dan vooral van pornosites. Als het slachtoffer duizende e-mails ontvangt van pornografen, worden gewoonlijk z'n ouders hierbij betrokken die hun kind ofwel de schuld geven (ze gaan ervan uit dat hun kind pornosites bezicht heeft), ofwel hun kind verplichten om z'n e-mailadres of IM-adres te veranderen.

10. Impersonatie/zich voordoen als een ander
Door zich voor te doen als het slachtoffer, kan de pester erg veel schade aanrichten. Ze kunnen zich voordoen als het slachtoffer en een provocerend bericht plaatsen in de chatroom van een haatgroep en uitnodigen tot een aanval op het slachtoffer. Vaak geven ze de naam, het adres en het telefoonnummer van het slachtoffer om het makkelijker te maken voor de haatgroep. Vaak ook verzenden ze een bericht met hatelijke of bedreigende woorden naar iemand terwijl ze zich uitgeven voor het slachtoffer. Soms wijzigen een echt bericht van het slachtoffer waardoor het lijkt alsof of ze gemenen dingen gezegd hebben of geheimen verteld hebben aan anderen.

Cyberpesten via tussenpersonen:

Mensen die misbruik maken van het internet doen dit vaak door medeplichtigen te gebruiken. Deze laatste zijn zich vaak nergens van bewust. Ze weten dat ze woedende of provocerende berichten overbrengen, maar beseffen niet dat ze gemanipuleerd worden door de echte cybervijand of pester. Dat is het mooie van dit type complot. De aanvaller jut de kwestie alleen maar op door verontwaardiging en emoties op te wekken bij anderen, kan daarna rustig achterover leunen en anderen het z'n vuile werk op laten knappen. Wanneer er dan juridische stappen of andere strafmaatregelen genomen worden tegen de medeplichtige, beweerd de ware aanvaller dan hij nooit iets uitgelokt heeft en dat er niemand voor hem optrad. Ze beweren onschuldig te zijn en beschuldigen hun medeplichtigen, ongeacht ze al dan niet onwetend waren. Hun medeplichtigen hebben nu juridisch geen been meer om op te staan.

Het is geniaal en erg effectief. Het is dan ook een van de meest gevaarlijke vormen van cyberpesten of cyberintimidatie. Kinderen gebruiken vaak AOL, MSN of een andere ineternetprovider als hun "tussenpersoon" of medeplichtige. Als ze zich inlaten met een "meldings-" of "waarschuwingsoorlog", gebruiken ze deze methode om de internetserviceprovider te laten geloven dat het slachtoffer de aanstichter is. Er is sprake van een meldings- of waarschuwingsoorlog als een kind een ander kind uitdaagt totdat het slachtoffer terugslaat. Zodar deze dit doet, klikt de ware aanvaller op de waarschuwings- of meldingsknop op het scherm. Hierdoor wordt de communicatie vastgelegd en doorgestuurd voor controle naar de internetserviceprovider. Als de communicatie volgens de serviceprovider in strijd is met hun gebruiksvoorwaarden (wat meestal het geval is), dan ondernemen ze actie. Bij bepaalde accounts, krijg je meerdere waarschuwingen voordat er formeel actie wordt ondernomen. Maar het eindresultaat is hetzelfde. De internetserviceprovider knapt het vuile werk op van de aanvaller door de account van het ware slachtoffer te blokkeren of af te sluiten vanwege een schending van de "gebruiksvoorwaarden". De meeste goed geïnformeerde internetserviceproviders weten dit en kijken goed of de persoon waarover gewaarschuwd wordt, niet de schuld in de schoenen geschoven wordt.

Soms gebruiken kinderen de ouders van het slachtoffer als onwetende medeplichtigen. Ze dagen het slachtoffer uit en als het slachtoffer terugslaat, slaan ze de communicatie op en sturen ze deze door naar de ouders van het slachtoffer. Vaak geloven de ouders wat ze lezen en zonder bewijs van de voorafgaande provocaties, denken ze dat hun kind "ermee begonnen is".

Hetzelfde geldt in de schoolomgeving; de cyberpester hoopt dat de school het slachtoffer de schuld zal geven. Daarom moet wie daar het gezag heeft, cyberpesten nooit kritiekloos accepteren zonder verdergaand onderzoek te doen.

Waarom cyberpesten kinderen elkaar?: Wie weet waarom kinderen de dingen doen die ze doen? Wanner het om cyberpesten gaat, is hun motivatie vaak boosheid, wraak of frustratie. Soms doen ze het voor de fun of omdat ze verveeld zijn en teveel tijd hebben en teveel technische speeltjes ter beschikking hebben. Velen doen het om te lachen of om een reactie uit te lokken. Sommigen doen het per ongeluk en versturen een bericht naar de verkeerde ontvanger of denken niet na voordat ze iets doen. Die met machtshonger doen het om anderen te kwellen en om hun eigen ego te strelen. De wraak van een nerd kan beginnen met zelfverdediging tegen traditioneel cyberpesten totdat deze erachter komt dat hij/zij ervan geniet de zware jongen of griet te zijn. Gemene meiden doen het om hun sociale status te verbeteren of om mensen aan hun sociale status te doen denken. En sommigen denken dat ze het kwaad rechtzetten en opkomen voor anderen.

(Voor meer informatie over cyberpesten, zie de grafiek hieronder of ga naar stopcyberbullying.org)